H. Franciscusparochie

Alem • Ammerzoden • Hedel • Kerkdriel • Rossum • Velddriel • Zaltbommel

Anton ten Klooster: Betekenis en geschiedenis van de aflaat

Heilig Jaar 2025

Gepubliceerd: Maandag, 30 juni 2025 • 845 hits

In het Heilig Jaar 2025 kunnen gelo­vi­gen een aflaat ver­krij­gen. Paus Fran­cis­cus schrijft hierover in zijn bul “Spes non confundit” (De hoop stelt niet teleur). Wat is de ge­schie­de­nis van de aflaat en de bete­ke­nis ervan in het Heilig Jaar? Hierover ver­telt dr. Anton ten Klooster in een podcast van katho­liek­le­ven.nl. Anton ten Klooster is pries­ter van het aarts­bis­dom Utrecht en universitair docent aan de Tilburg School of Catholic Theology (TST).

De aflaat­prak­tijk ont­wik­kelde zich enkel in de westerse Kerk, maar heeft wor­tels in de vroege Kerk. We vin­den in de brieven van het Nieuwe Testa­ment oproepen om bij God voor anderen te bid­den. Hierachter steekt de over­tui­ging dat de per­soon­lijke beke­ring gedragen wordt door het gebed van de Kerk. Dit gemeen­schap­pe­lijke gebed gaat bovendien over de grenzen van de dood heen.

“Gebeds­hulp”

De praktijk van de aflaten ont­wik­kelde zich vanuit de boete­prak­tijk binnen de vroege Kerk. Als iemand bij­voor­beeld onder druk van de omstan­dig­he­den zijn geloof had afgezworen en weer wilde te­rug­ke­ren, volgde een proces van boetedoe­ning. Daarna volgde ver­zoe­ning. Dit proces werd begeleid door het gebed van de hele ge­meen­schap, zodat de boe­teling in die zin de weg niet alleen ging.

Tussen de zevende en elfde eeuw kwam de per­soon­lijke biecht in gebruik. De biecht­va­der vergaf de schuld, maar om te her­stel­len wat door de zonde bescha­digd was, legde de pries­ter een peni­tentie op. Dit varieerde van het onder­hou­den van een aantal vasten­da­gen tot het maken van een bede­vaart.

Net als in de vroege Kerk was het moge­lijk het gebed van anderen in te roepen bij het voldoen van de peni­tentie. Er kwamen brieven in omloop waarin het gebed van anderen werd toegezegd. Op deze manier werd de boetedoe­ning verlicht. De Kerk nam als het ware een deel van de schuld van de boe­teling over.

Re­flec­tie en kri­tiek

Later ont­wik­kelde zich een theo­lo­gische re­flec­tie op deze praktijk. De Kerk rea­geerde ook op uitwassen van de aflaat­prak­tijk. Het meest berucht was de aflaten­prak­tijk van Johann Tetzel in het begin van de zes­tien­de eeuw. De gegeven aalmoezen wer­den gebruikt voor de bouw van de Sint Pieter. Overigens was de kri­tiek op Tetzel des­tijds ook binnen de Kerk al te horen.

Wederkerig­heid

Gelei­de­lijk aan vervaagde de band tussen de aflaat en het boete­sa­cra­ment. Aflaten wer­den ook verbon­den aan kleinere devoties en werken. Tege­lijker­tijd werd het moge­lijk aflaten te verwerven voor over­le­de­nen. In dit laatste ont­staat een nieuwe wederkerig­heid. De vroege Kerk rekende op het gebed van de mar­te­la­ren, die gestorven zijn maar leven voor God. Nu bid­den de leven­den ook voor de over­le­de­nen. Anton ten Klooster spreekt in dat ver­band over aflaten als een uiting van de soli­da­ri­teit binnen de Kerk, die de heili­ging van de gelo­vi­gen met haar gebed draagt.

Het Heilig Jaar

De aflaat is nauw verbon­den met het Heilig Jaar. Paus Boni­fa­tius VII verbond bij het eerste Heilig Jaar in 1300 de praktijk van het Jubel­jaar met het verlenen van aflaten. In de bul “Spes non confundit” schrijft paus Fran­cis­cus dat de bedoeling van de aflaat in het Heilig Jaar is om te ont­dek­ken hoe onbeperkt de barm­har­tig­heid van God is.

Katholiek Leven

Podcast Katho­liek Leven

Dit bericht is onder­deel van een serie van acht artikelen die Hans de Jong schreef voor Katho­liek­le­ven.nl op basis van een serie podcasts door Neder­landse bis­schop­pen. De on­der­wer­pen komen uit de bul van paus Fran­cis­cus voor het Jubel­jaar: Spes non confundit.

Beluister hier de podcast: