Katholiek Bommelerwaard

Alem • Ammerzoden • Hedel • Heerewaarden • Hurwenen • Kerkdriel • Rossum • Velddriel • Zaltbommel










Delen:
meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook
Volgen:
link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten volg Katholiek Bommelerwaard op Twitter volg Katholiek Bommelerwaard op Facebook

Fusieproces en ‘elkaar leren kennen’

Preek 3e zondag van de veertigdagentijd

gepubliceerd: vrijdag, 9 maart 2012
Fusieproces en ‘elkaar leren kennen’

“Hoe willen wij christen zijn? Wat hebben we daar voor nodig? En kunnen wij dat opbrengen?” Dat is een van de vragen die aan de orde komen tij­dens de homilie van zon­dag 11 maart waarbij ook het fusie­pro­ces van de zeven pa­ro­chies van de Bom­me­ler­waard aan bod komt.

Homilie 3e zon­dag van de Veer­tig­da­gen­tijd - 11 maart 2012

(lezingen: Ex 20,1-17; 1Kor 1,22-25; Joh 2,13-25)

Jezus kijkt vandaag naar de prach­tige tempel in Jeru­za­lem. Het is ook zijn tempel, het be­lang­rijk­ste gebouw van zijn gods­dienst. Veer­tig dagen na zijn geboorte werd Hij er binnen gedragen door zijn moe­der Maria en door Jozef (Lc 2,22-40). Het was een moment zoals bij ons het doopsel. Dan brengen we de dopeling plech­tig binnen in het kerk­ge­bouw en ver­trouwen het kind aan God toe. Op 12-jarige leef­tijd vond Jezus in de tempel al zijn thuis. Zijn ouders waren Hem verloren en als ze Hem in de tempel aantreffen, zegt Jezus ver­baasd: “wisten jullie dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” (Lc 2,41-52). Jezus herkent inmiddels de tempel als zijn eigen thuis.

Als Jezus volwassen is gewor­den, komt Hij nog steeds in de tempel van Jeru­za­lem. Maar wat Hij óók doet, is de bete­ke­nis van de tempel ter dis­cus­sie stellen. Hij zegt vandaag op een provocerende wijze: “Breekt deze tempel af” (Joh 2,19). Als we dit Jezus horen zeggen, kunnen we ons afvragen: welke bete­ke­nis heeft de tempel eigen­lijk voor Jezus? Elders in het evan­ge­lie gaat Hij zelfs nog ver­der en voorspelt Hij de verwoes­ting van de tempel: “geen steen zal hier op de andere gelaten wor­den, alles zal wor­den verwoest” (Mt 24,2). De tempel van Jeru­za­lem is in het jaar 70 n.Chr. inder­daad door de Romeinen verwoest (zo’n 40 jaar na Jezus’ dood en ver­rij­ze­nis). En deze is nooit meer her­bouwd.

Wat is het alterna­tief dat Jezus biedt. Als Hij voorstelt om de tempel af te breken zegt Hij erbij: “en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen” (Joh 2,19). En de evangelist voegt er zelf ver­vol­gens aan toe (want hij heeft Jezus inmiddels begrepen): “Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam” (Joh 2,21). Jezus zelf is de nieuwe tempel. De volgelingen van Jezus komen op de eerste plaats samen in zijn naam. Het gaat om de persoon van Jezus Christus. Hij is de nieuwe (gees­te­lij­ke) tempel. Als wij als chris­te­nen spreken over de kerk, gaat het voor ons dan ook over Jezus? Hebben we een band met Hem? Zijn we thuis bij Hem?  En zijn we thuis bij al die andere mensen die zich tot Hem bekennen en in Hem geloven?

Deze vraag wordt heel be­lang­rijk in onze tijd van crisis, pa­ro­chiefusies en kerk­slui­tingen. Wij stellen ons opnieuw de vraag wie wij als chris­te­nen zijn en wat wij zien als onze taak en opdracht. Wat willen wij voor God en voor elkaar betekenen? Hoe willen wij samen­ko­men en wat hebben we daar voor nodig? Een gebouw? Inder­daad, om samen te komen is er een gebouw nodig, het liefst een gebouw dat ervoor bedoeld is, en dat er voor is ingericht. Een gebouw met een altaar, met een preek­stoel, met kruis­wegs­ta­ties enz. En als we een gebouw willen, kunnen wij dat dan opbrengen met elkaar? Kunnen we het fi­nan­cieel opbrengen? Meestal stéllen wij: wij willen de kerk niet kwijt. Maar mis­schien moeten we de vraag omdraaien en beginnen bij het begin: hoe willen wij christen zijn? Wat hebben we daar voor nodig? En kunnen wij dat opbrengen?

Om een ge­meen­schap van chris­te­nen te zijn rondom Christus als onze Heer, behoren wij ook elkaar te kennen. We behoren zorg te hebben voor elkaar. Als wij per 1 januarie 2013 één pa­ro­chie zullen zijn, krijgen we een stevi­gere band met elkaar over oude pa­ro­chiegrenzen heen. We behoren sowieso al tot een groter ver­band. We behoren als plaat­se­lijke kerk bij een bisdom en bij de wereld­kerk. Maar ook hier ter plaatse wordt de ge­meen­schap groter (omdat de ge­meen­schap van gewone kerk­gan­gers geslonken is). Vooruit lopend op die nieuwe situatie is er al één web­si­te. Met pasen zal er één pa­ro­chie­blad zijn, zodat we ook het nieuws van een naburige ge­meen­schap zullen lezen. We maken meer kennis met elkaar.

In het kader van de ver­dere samen­wer­king willen we ook beginnen met het vernoemen van de over­le­de­nen, dopelingen en huwen­den in alle kerken van de Bom­me­ler­waard. We zijn gewoon te bid­den voor de doden van de afgelopen week, voor de dopelingen van de zon­dag en voor degenen die in de aan­ko­mende periode in het huwe­lijk gaan tre­den. Waarom zou­den we dat niet Bom­me­ler­waard-breed doen? Waarom noemen we in Alem niet de namen van de overle­den mensen in Am­mer­zo­den? En om­ge­keerd. Dikwijls kennen we de mensen uit de andere dorpen ook. Er zijn allerlei familie­re­la­ties gegroeid in de loop der jaren (dat is trouwens altijd al zo geweest). Iemand uit Kerkdriel is getrouwd met iemand uit Velddriel. Een Hedel­naar is gaan wonen in Zalt­bom­mel. En een ouder echtpaar uit Rossum, dat eer­der een boer­derij had in de pol­der van Hurwenen, woont nu in het centrum van Am­mer­zo­den. Het om­ge­keerde is ook het geval: dikwijls kennen we niet meer alle mensen en pa­ro­chi­anen in ons eigen dorp, want er zijn mensen van buiten komen wonen, en die komen soms ook in de kerk, maar die kennen we mis­schien nog niet. Toch horen ook zij erbij.

Laten we ons ook in met het wel en wee van de mensen van andere pa­ro­chies? We horen toch allemaal bij de ge­meen­schap van Christus! De groep van betrokken en trouwe pa­ro­chi­anen wordt al steeds kleiner. Moeten we onze aan­dacht niet verbre­den? Wie wor­den er gedoopt, wie trouwen er en wie zijn de over­le­de­nen in de buur­paro­chie? Willen we dat van elkaar weten?

Om welk huis zijn we bezorgd? Gaat het om het gebouw van stenen, of om de ge­meen­schap van mensen. We mogen deze twee dingen niet tegen elkaar uitspelen, dat is waar. Maar het zou toch jammer zijn als we wel bekommerd zijn om ons eigen kerk­ge­bouw, maar de mensen die er komen en die in de andere kerken komen niet zien staan of niet willen kennen. Laten we op de eerste plaats aan­dacht hebben voor elkaar.

De tijdgenoten van Jezus spreken vol bewon­dering over de tempel. En inder­daad het was een groots en mooi gebouw, verfraaid door koning Herodus. Toch bestaat die tempel al bijna 20 eeuwen niet meer, terwijl de gods­dienst van de joden niet is verdwenen. Dat brengt ons op de vraag: hoe kunnen wij als volgelingen van Christus overleven? Zijn we niet aller­eerst aangewezen op elkaar? Laten we ons­zelf die vraag stellen in deze tijd van crisis. Dan komen we die mak­ke­lijker te boven.





 

 

Home

Nieuws

Agenda

Contact

Ik wil

 

Mijn kindje laten dopen
De Eerste H. Communie
Het H. Vormsel
Trouwen
Biechten
Ziekencommunie
Ziekenzalving
Uitvaart regelen
Misintentie opgeven
Meehelpen in de parochie
Inschrijven in de parochie
Adreswijziging doorgeven
Doneren
Een kerk gebruiken

Ik zoek

 

Adressen
Jeugdactiviteiten
Gezinsviering
Parochieblad
Kinderpagina
Catechese
Alphacursus
Koor
Begraafplaats
Misboekje
Op Trefwoord

Vieringen

 

Alle vieringen
Alem
Ammerzoden
Hedel
Kerkdriel
Rossum
Velddriel
Zaltbommel
Doopvieringen
Eerste H. Communie
Vormselvieringen
Ouderenvieringen
Oecum. vieringen
Intenties
Vaste vieringen

Sacrament

 

Doop
Eerste H. Communie
Vormsel
Biecht
Huwelijk
Ziekenzalving
Uitvaart

Algemeen

 

Geschiedenis
Franciscus
Pastoraal team
Bestuur
Pastoraatsgroep
Parochieblad
Adressen
Documenten
Tarieven
Veelgestelde vragen
Links
Sociale media
Privacy
Disclaimer